Nederland kent een lange traditie van dierhouderij, maar de grenzen tussen huisdier en wild dier zijn juridisch lang niet altijd scherp getrokken. De overheid werkt aan aangescherpte regelgeving rond het houden van exotische en wilde dieren in particuliere handen. Voor dierenopvangcentra, handhavers en eigenaren heeft dat concrete gevolgen. Een overzicht van de stand van zaken.
De positieflijst als beleidsinstrument
Het centrale instrument in het Nederlandse beleid is de zogenoemde positieflijst voor zoogdieren. Die lijst bepaalt welke diersoorten particulieren legaal als gezelschapsdier mogen houden. Soorten die niet op de lijst staan, zijn in principe verboden.
Het systeem werkt omgekeerd aan wat veel mensen verwachten: niet verboden is niet hetzelfde als toegestaan. Alleen de expliciet genoemde soorten zijn toegestaan; de rest valt buiten de legale categorie. Dat onderscheid heeft grote gevolgen voor de handhaving.
De lijst is al jaren onderwerp van discussie tussen dierenwelzijnsorganisaties, wetenschappers en de politiek. Criteria als aanpassingsvermogen aan gevangenschap, sociale behoeften en gezondheidsrisico’s spelen een rol bij de beoordeling van soorten.
Welke dieren vallen onder de nieuwe regels?
De positieflijst richt zich vooralsnog op zoogdieren. Vogels, reptielen en amfibieën vallen onder een apart, deels nog in ontwikkeling zijnd regelgevend kader. Voor reptielen geldt al geruime tijd een verbod op de handel in veel beschermde soorten via de CITES-wetgeving, maar privébezit is een andere categorie.
Zoogdieren die eerder populair waren als exotisch huisdier — zoals bepaalde apensoorten, wilde katachtigen en grote knaagdieren — worden door de positieflijst in de meeste gevallen uitgesloten. Eigenaren die deze dieren al bezitten, worden geconfronteerd met overgangsregelingen waarvan de termijnen en voorwaarden per geval kunnen verschillen.
Handhaving is in de praktijk complex. Gemeenten, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de politie hebben elk een eigen rol, maar de capaciteit voor controle is beperkt.
Wat zegt de wet precies?
De wettelijke basis voor de positieflijst ligt in de Wet dieren, die in Nederland het juridische kader vormt voor het houden, fokken en verhandelen van dieren. De wet geeft het Rijk de bevoegdheid om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen welke diersoorten gehouden mogen worden.
Wie meer wil weten over de formele status van de regelgeving en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, kan terecht bij de informatie van de Rijksoverheid over dierenwelzijn en dierhouderij. Daar worden ook de meest recente wijzigingen in de regelgeving bijgehouden.
De Wet dieren kent ook bepalingen over het welzijn van dieren in gevangenschap. Eigenaren zijn verplicht te voorzien in de soorteigen behoeften van een dier, wat voor veel exotische soorten in een doorsnee huishouden feitelijk onmogelijk is.
De rol van dierenopvangcentra
Opvangcentra merken de effecten van het beleid direct. Wanneer eigenaren hun dier niet langer legaal mogen houden of er niet meer voor kunnen zorgen, melden zij zich bij een opvang. Maar opvangcentra zijn niet altijd uitgerust voor exotische soorten.
Een serval, een Afrikaanse wilde kat die in Nederland al meerdere keren als huisdier is aangetroffen, vereist een grote verblijfsruimte, specifiek voer en gespecialiseerde veterinaire zorg. Veel reguliere opvangcentra kunnen dat niet bieden en moeten doorverwijzen naar gespecialiseerde instellingen, waarvan er in Nederland slechts een handvol zijn.
De financiering van opvang voor exotische dieren is structureel onzeker. Er bestaat geen landelijk fonds voor de opvang van in beslag genomen of afgestane wilde dieren. Centra zijn afhankelijk van donaties, subsidies en soms gemeentelijke bijdragen.
Handhaving in de praktijk
De kloof tussen wetgeving en uitvoering is in dit dossier opvallend groot. De NVWA voert inspecties uit, maar geeft zelf aan dat de capaciteit ontoereikend is voor systematische controle van alle particuliere houders van exotische dieren.
Meldingen van omwonenden of dierenartsen zijn in de praktijk een belangrijke bron van informatie voor handhavers. Dierenartsen bevinden zich daarbij in een lastige positie: zij zijn gehouden aan beroepsethische normen en hebben geen wettelijke meldplicht voor illegaal gehouden dieren, tenzij sprake is van ernstig dierenleed.
In gevallen van in beslagname volgt een juridische procedure die maanden kan duren. Intussen verblijft het dier in een opvang, op kosten van de opvang of de overheid, afhankelijk van de situatie.
Invasieve exoten als aparte categorie
Naast de discussie over huisdieren speelt een verwant maar juridisch apart vraagstuk: invasieve uitheemse soorten. Dieren als de wasbeer, de nijlgans en de rode Amerikaanse rivierkreeft zijn in Nederland aanwezig als gevolg van ontsnapte of losgelaten exemplaren, en worden door de Europese Unie aangemerkt als invasief.
Voor invasieve soorten geldt een eigen verordening op EU-niveau, die lidstaten verplicht maatregelen te nemen om verspreiding te beperken en populaties te beheren. In Nederland betekent dat in de praktijk onder meer vangprogramma’s en, in sommige gevallen, ruiming.
Het houden van invasieve soorten is verboden, ook als ze als huisdier zijn aangeschaft voordat ze op de Europese lijst kwamen. Ook hier geldt een overgangsregeling, maar de handhaving is inconsistent.
Kennisoverdracht en publieksvoorlichting
Een onderbelicht aspect van het beleid is de kennisoverdracht naar het publiek. Veel eigenaren van exotische dieren zijn zich niet bewust van de juridische status van hun dier of van de welzijnsbehoeften die ermee gepaard gaan.
Dierenspeciaalzaken spelen hierin een ambivalente rol. Zij zijn wettelijk verplicht informatie te verstrekken over de behoeften van de dieren die zij verkopen, maar de kwaliteit van die informatie varieert sterk. Toezicht op de naleving van die informatieplicht is beperkt.
Wetenschappers en dierenwelzijnsorganisaties pleiten al langer voor een verplicht kennistoets of een houdersbewijs voor bepaalde diersoorten, vergelijkbaar met het rijbewijs. Een dergelijk systeem bestaat in enkele andere Europese landen, maar is in Nederland nog niet ingevoerd. De discussie hierover is gaande in politieke en beleidskringen.
Tot slot
De regelgeving rond het houden van wilde en exotische dieren in Nederland is de afgelopen jaren aangescherpt, maar de uitvoering loopt achter op de ambities. De positieflijst biedt een helder juridisch kader, maar handhaving, opvangcapaciteit en publieksvoorlichting blijven zwakke schakels in de keten.
Voor opvangcentra, handhavers en beleidsmakers ligt de uitdaging niet alleen in het opstellen van regels, maar in de vraag hoe die regels in de praktijk worden nageleefd en gecontroleerd. Zolang capaciteit en financiering achterblijven, blijft de afstand tussen wet en werkelijkheid groot.